Het baggeren op zowel de Amer als de Merwede gebeurt vanaf twee pontons, beide uitgerust met twee kranen, voorzien van GPS-apparatuur. Aan de hand van het GPS-systeem wordt op beide pontons door één kraan vijf meter onder het wateroppervlak gebaggerd en worden schepen geladen die het materiaal afvoeren. De andere kraan op het ponton zorgt er door middel van een egalisatiebalk voor dat de bodem, na de baggerwerkzaamheden van de andere kraan, zo goed mogelijk geëgaliseerd wordt; om dit te doen staan beide kranen in satellietverbinding met elkaar. De gebaggerde materialen bleken na nader onderzoek een dermate hoog percentage zand te bevatten dat dit prima geschikt zou zijn om te verwerken tot secundaire bouwstof, na bewerking door de zandscheidingsinstallatie welke door de mensen van Martens en Van Oord is bedacht en ontworpen. Het grootste gedeelte van de uit te baggeren bodem bevatte zelfs dermate veel zand van hoge kwaliteit dat deze zonder meer kon worden uitgebaggerd en meteen kon worden toegepast als categorie 1 of zelfs schoon zand. Deze werkwijze zorgde voor een veel efficiënter gebruik van de bodemmaterialen.
Meer informatie over de zandscheidingsinstallatie vindt u hier
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|||||
![]() |
|||||||||