
Ontgraven van de bouwkuipen
Martens en Van Oord is bij dit project verantwoordelijk voor het baggeren van de zinksleuven voor de tunnel. Met hydraulische graafmachines op pontons worden de bouwkuipen tot op een diepte van 15 m ontgraven. Het vrijkomende materiaal wordt in depot gereden. Een gedeelte wordt gebruikt voor het aanvullen van de tunnel nadat deze is afgezonken. Het vrijkomende grind-zand mengsel wordt verkocht voor toepassing in de betonindustrie.
Maken van grindruggen
Het afzinken van tunnelelementen op de bodem is een zeer nauwkeurig werk. Er mogen geen hoogteverschillen in de overgangen tussen de elementen zitten. Normaal gesproken worden er daarom bij een zinktunnel van tevoren grote betonnen ‘tegels’ op de bodem aangebracht die dienen als vijzelplateau.
Met behulp van cilinders in het tunnelelement kan de exacte hoogteligging dan worden ingesteld. Deze methode was echter niet bruikbaar voor de bouw van de Roertunnel. Om de effecten van aardschokken die in dit gebied kunnen optreden zo klein mogelijk te houden voor de tunnelconstructie, wordt de traditionele meerpuntsoplegging niet gebruikt en is er gekozen voor een volledige oplegging van de tunnelelementen op een grindbed als fundering. Er is geen sprake van een vlak grindbed maar er moeten ruggen haaks op de lengterichting van de kuip gemaakt worden. De te maken ruggen zijn een halve meter hoog met een afwerktolerantie van + en - drieënhalve centimeter. En dit alles op een diepte van 15 meter onder de waterspiegel. Martens en Van Oord heeft hier een speciale oplossing voor verzonnen waarbij het grind met een 'onderwaterploeg' in profiel wordt gebracht.
Website met meer informatie over diverse projecten in de provincie Limburg
Website met o.m. foto's van de aanleg van de Roertunnel
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|||||
![]() |
|||||||||