Bouwstoffenbesluit


Rondom het toepassen van categorie 1 bouwstoffen en de gevolgen voor de opdrachtgever cq. eigenaar heersen vaak onjuiste denkbeelden die een nuttige toepassing van secundaire bouwstoffen in de weg staan. Deze toelichting geeft allereerst een korte uiteenzetting over het Bouwstoffenbesluit en de eisen ten aanzien van de toepassing van categorie 1 bouwstoffen en gaat daarna in op de specifieke gevolgen voor bovenstaand bedoeld werk en de gevolgen voor de eigenaar in het bijzonder.

Werken waarbij bouwstoffen worden toegepast dienen te worden uitgevoerd in overeenstemming met de Wet bodembescherming (Wbb). In diverse Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) wordt voorgeschreven welke regelingen gelden in het kader van hergebruik van bouwstoffen. Het Bouwstoffenbesluit (BsB) is een AMvB binnen de Wbb.

In Nederland wordt hergebruik van materialen door de overheid aangemoedigd. Secundaire bouwstoffen kunnen vaak nuttig worden toegepast. Hergebruik van deze materialen moet uiteraard wel verantwoord plaatsvinden. Met het oog hierop is sinds 1 juli 1999 voor buitentoepassing van steenachtige materialen en grond het Bouwstoffenbesluit van kracht.
Op basis van de milieuhygiënische kwaliteit van bouwstoffen worden deze in verschillende categorieën ingedeeld variërend van schoon, mvr, categorie 1, categorie 2 tot niet toepasbaar. Ten aanzien van toepassing van categorie 1 bouwstoffen gelden een aantal eisen:
- Melding
- Informatieplicht
- Verwijderingsplicht

Melding
Het gebruik van categorie 1 bouwstoffen dient twee werkdagen voor aanvoer te worden gemeld bij het bevoegd gezag aan de hand van een standaard meldingsformulier. Dit meldingsformulier dient vergezeld te gaan van een bewijsmiddel conform Bouwstoffenbesluit. Het gereinigde zand van A&G Mileutechniek is standaard AP04 gekeurd per partijgrootte van 2.000 ton.

Informatieplicht
Het bevoegd gezag dient na voltooiing van het werk een afgerond dossier te ontvangen van de opdrachtgever. Dit dossier omvat de exacte toepassingslocatie van het categorie 1 zand en de aangevoerde hoeveelheden. In de praktijk verzorgt de aannemer deze administratieve taak.

Verwijderingsplicht
Voor de toepassing van alle bouwstoffen behalve schone grond, geldt de verwijderingplicht.
De verwijderingplicht is ingesteld om ervoor te zorgen dat als het werk niet meer wordt gebruikt, de bouwstoffen niet met de bodem vermengen. De eigenaar van een werk moet op dat moment de toegepaste bouwstoffen verwijderen. Om verwijdering mogelijk te maken, moeten de bouwstoffen herneembaar zijn aangebracht. Aan dit laatste wordt voldaan door tijdens de bouwfase te registreren waar verschillende partijen toegepast worden in het werk.





alle content copyright © 2010 Martens en Van Oord Groep, alle rechten voorbehouden.
Martens en Van Oord Groep: Postbus 326, 4900 AH Oosterhout, Tel: +31 (0)162 - 47 47 47