31 juli 2016 De Blauwe Sluis: van lelijk litteken naar toeristische trekker
Martens en Van Oord maakte in opdracht van Rijkswaterstaat een nevengeul langs de Maas bij de Blauwe Sluis bij Gewande. Een terugblik op dit project, een onderdeel van Kaderrichtlijn Water.

Zomer 2016, fietsers op de dijk. Een gat in het bomenlint geeft een doorkijkje naar de Maas. Een pier springt in het oog. Wie afstapt en de uiterwaard in gaat, staat even later op de contouren van het fort Blauwe Sluis dat hier in de negentiende eeuw gestaan heeft. Van circa 400 kubieke meter klei zijn de oude schanswallen gereconstrueerd, waarna ze zijn afgedekt met graszoden. Gemaakt door Martens en Van Oord, als onderdeel van de herinrichting van de Maasuiterwaard Blauwe Sluis.

Bart Hubers staat op het fort. Onder hem een zetstenen verdediging, die de wand van het fort verstevigen. De projectleider wijst. “Alles was hier zo hoog als de terreinhoogte voor het fort. Je kon de Maas nauwelijks zien door alle wilgen en elzen.” Hij kijkt uit over een nieuwe nevengeul en natuurvriendelijke oevers, nu vooral bedekt met kamille en andere pionierplanten. Alfons Vuist pakt een handvol slib. “Dat slib is hier nu al afgezet, na dat hoog water in juni. En hier zie ik de eerste plantjes opkomen. De geul heeft al drie keer meegestroomd dit jaar,” constateert de uitvoerder tevreden. “Kijk, daar komt weer een toerist.”

Het verschil met de zomer van 2014 kan bijna niet groter zijn. Toen Martens en Van Oord de opdracht gegund kreeg van Rijkswaterstaat, nam Hubers er voor het eerst een kijkje. “Overal lag puin, oude kabels, restanten van caravans. Voor wandelaars was het ook niet toegankelijk. Misschien dat een enkele visser hier kwam, maar die moest daar dan echt moeite voor doen.” Wat Hubers toen zag waren de restanten van de camping de Blauwe Sluis. Ooit was het een familiecamping, die in 2003 failliet ging. Maar het gehucht Gewande herinnert zich vooral nog de illegale bewoners die er tot kort voor de sloop in 2011 huis hielden. In 2009 mochten Brabantse gemeenten hun meest lelijke plek nomineren. De provincie trok vier miljoen euro uit voor het opknappen daarvan. Den Bosch nomineerde camping de Blauwe Sluis. Niet voor niets dus, maar de Blauwe Sluis bleek toch nog minder lelijk dan winnaar het Henricusgebouw in Raamsdonksveer. Toen had de gemeente Den Bosch de grond al aangekocht, om er samen met het waterschap Aa en Maas, de provincie, Rijkswaterstaat, Natuurmonumenten en Werkplaats de Gruyter natuur met recreatie van te maken.

Natuurtechnisch werken

Met zoveel partijen een kleine tien hectare omtoveren tot natuur- en recreatiegebied, dat vraagt afstemming en overleg. In ieder geval maandelijks met Rijkswaterstaat, maar zeker ook tussendoor was er regelmatig technisch overleg nodig. “We kwamen bijvoorbeeld veel puin tegen, dat kwam van het oude gemaal hier. Dan moet je overleggen over de afvoer daarvan.” Het meeste puin, 3.000 ton, werd over de weg afgevoerd. Ongeveer 36.000 kuub grond is via het water afgevoerd. Ook landschapsecoloog en ontwerper Jos Rademakers kwam af en toe naar het werkterrein. Hubers: “Hij heeft bedacht dat we delen van oude kribben konden herstellen, zodat er ook cultuurhistorische waarden behouden blijven.”  Ook zijn de aanwonenden door de omgevingsmanager van Martens en Van Oord regelmatig geïnformeerd over de voortgang van het project. Het nieuwe gebied grenst feitelijk aan hun voortuin.

Om de nevengeul exact zo te maken als de ontwerper het bedacht had, is gebruik gemaakt van GPS-techniek. De kraanmachinist kon in de cabine precies zien op een scherm waar hij aan het graven was en hoeveel dieper hij nog moest. Maar dat ontsloeg de machinist niet van logisch nadenken, legt Hubers uit. “Die techniek moet je wel interpreteren natuurlijk. Je moet het wel zien als je de grens van klei en zand tegenkomt. En dan stoppen met graven, want zand spoelt veel te makkelijk weg als de stroming te sterk is en dat mag niet overal.” Deze manier van werken noemt hij natuurtechnisch. “Dat houdt in dat je de flora en fauna ontziet en rekening houdt met het landschap. Vroeger zouden we gewoon graven, kuubs maken, zou je kunnen zeggen. Maar daarmee maak je teveel kapot. Natuurtechnisch werken is bijvoorbeeld ook dat je achteruit werkt, dus op het verste punt begint en dan achteruit werkt, zodat je niet onnodig veel vernielt. En het hoeft allemaal niet heel strak, micro-reliëf is juist goed voor de groei van planten bijvoorbeeld. Het kost meer tijd en aandacht, maar we hebben deze opdracht juist gekregen omdat wij oog hebben voor de omgeving.”
 
Het is bepaald niet de eerste nevengeul die Martens en Van Oord op zijn naam mag schrijven. Tussen 2009 en 2012 werkte het bedrijf mee aan de zogenaamde eerste tranche van Natuurvriendelijke oevers. De tweede tranche ging naar een andere aannemer en Martens en Van Oord mag nu dus weer de derde doen. Het heeft wel een nieuwe naam gekregen; Kaderrichtlijn Water 3. “We zijn nu bezig met ongeveer dertig deeltrajecten. In totaal heb je het dan over zo’n 25 kilometer oever van de Maas. Denk bijvoorbeeld aan de Empelse Waard, Fort Crèvecoeur, de natuurvriendelijke oevers bij Heerewaarden en Maasbommel.”

Vakidioten

Kaderrichtlijn Water gaat over de kwaliteit en over de beheersbaarheid van water. Hubers: “We verbeteren de waterkwaliteit hier door natuurvriendelijke oevers te maken, zodat er weer planten en dieren kunnen leven. En die verbeteren dan zelf ook weer de waterkwaliteit.” Klimaatverandering maakt dat het laagland meer water te verstouwen krijgt. Bij hevige regenval in de winter komt er in Limburg meer dan 1.500 kuub per seconde de Maas op. Zeker bij hoog water moeten er natuurlijke oplossingen worden bedacht om al dat water te kunnen verwerken. Nevengeulen helpen daarbij. Daarnaast bieden ze ruimte voor de natuur. Ruimte die bij de kanalisering van de Maas zo’n tachtig jaar geleden juist afgepakt was. Nu zijn de nevengeulen weer de kraamkamers voor vele vissoorten. Maar niet elke nevengeul is hetzelfde. Hubers: “Bij de eerste tranche was het ontwerp van de nevengeulen rechter en dieper, meer voor de waterafvoer bedoeld. Nu wordt tijdens het ontwerpproces juist beter naar zaken als de oude rivierloop, de bodemsamenstelling en de te behalen doelen van de Kaderrichtlijn Water gekeken. En we kunnen ter plekke nog detailaanpassingen doen.”

Hubers kijkt naar de overkant van de Maas. “Daar heb ik vijf jaar geleden een natuurvriendelijke oever gemaakt. Het ziet er prachtig uit nu.” Zeven jaar werkt hij nu aan verschillende stukken van deze rivier. In de zomer huurt hij met zijn gezin een sloep om langs zijn werk te varen. “Ja, dan wil je toch even kijken hoe het erbij ligt.” Hij geeft toe dat er bij Martens en Van Oord wel meer van zulke ‘vakidioten’ werken. “Wij doen niets liever dan werken aan zulke uitdagende projecten. We zijn gek van machines en techniek, maar ook van natuur. We laten graag iets moois achter. Nou, hier hebben we echt wel eer van ons werk.”

Deel dit artikel

Project

Gerelateerd: Kaderrichtlijn Water 3 en hoogwatergeul Well-Aijen Zuid

Martens en Van Oord werkt, in opdracht van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland, tot eind 2015 aan het project Kaderrichtlijn Water 3 (KRW 3) en...
Tags